publicaties

Gerard van Emmerik is nog lang niet uitverteld
door Enno de Witt

 

 

 

 

 

 

 

'Hier, in dit land van licht en lucht, hoorde een prins op te groeien.' (uit:  'De Verzachters')

De vorige roman van Gerard van Emmerik was een koor van stemmen rond een telefonische hulpdienst. Niet echt een boek waar je vrolijk van werd, al was het knap geschreven en een hele ervaring, zij het ontregelend. Zijn nieuwe boek is meteen al heel anders van toon. Licht en luchtig, hilarisch hier en daar, met ook overal een ondertoon van spanning en onheil.
Alles draait ditmaal rond de vijftienjarige Dylan - genoemd naar protestzanger Bob - en zijn merkwaardige ouders. Zijn moeder is een modelneuroot en zestien jaar ouder dan vader, die de dorpsgek speelt en behalve computerspecialist ook dwarsligger van beroep is.
Dylan zelf was min of meer een ongelukje, en een beslissende factor in hun leven. Dan word je vanzelf wat raar. De verteller is dan ook een zelfbenoemde zwijger die nogal wat moeite heeft met aanpassen. Wij zouden zeggen dat hij licht autistische trekjes heeft.
Het hele boek door volgen we hem, op weg naar de bestemming die ieder mens heeft. Dat gaat via veel omwegen. Vader neemt het gezin mee naar een klein dorpje, als de grond in de grote stad hem te heet onder de voeten wordt. Op het platteland zijn ze vervolgens echte buitenstaanders. Mikpunt ook van kwaadaardige roddel. Door het gekozen perspectief weten we niet wat daarvan waar is, veel blijft in het ongewisse, maar het huwelijk van vader en moeder is niet tegen de ontwikkelingen bestand. Dylan, bijgenaamd Boef, verlaat daarop ook het huis en vervolgt zijn speurtocht. Een katalyserende figuur is de mystrieuze Karl Eberlein. Eerst is dat een vriend van zijn ouders. Ze bezoeken hem iedere vrijdag, maar zelf krijgt hij hem nooit te zien. Dat wordt dan vanzelf een obsessie, zodat Eberlein het model wordt van veel homo-erotische fantasieen, die Dylan ook nog in de praktijk brengt.
Van Emmerik stort heel wat over de lezers uit, in een razend tempo, en het blijft opletten geblazen, want niets gebeurt zomaar. Als vader en moeder een fietster aanrijden en niet stoppen, leidt dat uiteindelijk tot een relatie tussen Dylan en het slachtoffer Mirjam, die op een verrassende wijze tot een toch niet onverwachte apotheose komt. De verzachters uit de titel, dat zijn de manieren waarop we ons tegen de slagen van het leven zelf wapenen. Een thema dat we uit eerder werk van Van Emmerik al kennen. Het loopt verkeerd met ons af, of beter gezegd: we zijn een speelbal van ons eigen noodlot. Het enige wat we kunnen doen is de reis naar het graf zo comfortabel mogelijk maken. Dylan en de andere figuren gebruiken daarvoor in al hun kwetsbaarheid alles wat hen voorhanden komt. Dat maakt dit een rijk en meeslepend, en tegelijk diep tragisch boek, wat door de afloop alleen maar versterkt wordt. Het is alsof je naar een catastrofe kijkt die zich langzaam maar onvermijdelijk voor je ogen voltrekt. Je kunt niet ingrijpen maar blijft gefascineerd kijken - net als Dylan met zijn vader naar alle mogelijke rampen op de televisie kijkt. Alweer een motief dat op het eerste gezicht kant noch wal raakt, maar in het kleurrijke weefsel van het boek de logica zelf is.
Van Emmerik schreef niet alleen een roman die je achter elkaar uitleest en nog lang blijft spoken, hij laat ook zien dat hij nog lang niet uitverteld is. Dat doet alleen nog maar verlangen naar meer.

Gerard van Emmerik: 'De Verzachters'. L.J.Veen, e.15,95.

 

 

 

 

 

===================================================================

Interview

Peter Steenkamer interviewt Gerard van Emmerik naar aanleiding van de verschijning van de roman De verzachters.

Schrijver Gerard van Emmerik: Je krijgt van mij niet alles op een presenteerblaadje aangeboden.

Gerard van Emmerik schreef een nieuwe roman: "De verzachters". Het boek handelt over Dylan die met zijn anarchistische, jonge vader en zijn neurotische, veel oudere moeder van de stad naar het platteland verhuist. Deze verhuizing betekent het begin van een veelheid aan vreemde gebeurtenissen. Ondertussen zet Dylan zijn eerste schreden op het levens- en liefdespad. Hij wordt hierbij geholpen door een oude, valse nicht.

Waar speelt De verzachters zich af?

In Europa. Ik wilde een boek schrijven waarbij het niet duidelijk is waar het zich precies afspeelt. Ik heb het over de "wijnstad" en de "wintersportstad", ik noem een niet-bestaande stad Ost en ik beschrijf landschappen met bergen. Een warenhuis heet Szabo, Dylans moeder is verslaafd aan een Zweedse soap en de computers die zijn vader verkoopt, heten K54. Ik wilde een Europees verhaal schrijven dat zich in ieder willekeurig Europees land zou kunnen afspelen.'

Wat voor type is Dylan?

'Dylan is een intelligente jongen met vrijgevochten ouders - die hem altijd "boef" noemen.
Ze  zijn ervan overtuigd dat hij homoseksueel is en vinden dat helemaal geen probleem. Zijn vader stapt bij hem onder de douche en vertelt hem dat hij zich in zijn jeugd graag uitkleedde voor de badmeester en niet onbekend is met het fenomeen herenliefde. Maar Dylan ontkent dat hij op mannen valt. Daarbij is er nog iets anders met hem aan de hand, iets, waar zijn ouders erg op gefixeerd zijn. En dat heeft te maken met de lijst van emoties die boven zijn bed hangt. Dylan is hypergevoelig en leeft zeer gesoleerd, hij is van school gepest en ligt dagenlang op een stretcher in de tuin. Bij elk vreemd geluid raakt hij verkrampt, maar tegen zichzelf zegt hij dat het steeds beter met hem gaat.'

Dylan raakt onder de indruk van Karl Eberlein, een oude, valse nicht.

'Eberlein. Dat is mijn favoriete personage: hij is zeventig, verft zijn haar en draagt te strakke spijkerbroeken. Hij duikt op in al mijn boeken. Hij is scherp in zijn dialogen maar tevens een erg gevoelig mens. Iemand die zijn angsten overschreeuwt. Hij is een survivor, al zijn vrienden hebben aids of zijn er aan overleden. Eberlein geeft Dylan lessen in de liefde. Zo vertelt hij, naar aanleiding van een knappe ober die hen bedient: "Mannen moeten niet aardig zijn, mannen moeten nemen, niet geven". Dylan volgt dat letterlijk op en gaat uit stelen. Eberlein neemt hem ook mee naar een bos waar mannen seks met elkaar hebben, om hem te leren dat erotiek en liefde niet samen hoeven te gaan.'

Het duurt even voordat je er achter komt dat sommige dingen niet kloppen.

'
Ik heb ervoor gezorgd dat je als lezer niet alles uitgelegd krijgt, in elk hoofdstuk geef ik nieuwe informatie zodat je je beeld moet bijstellen. Als Dylan bijvoorbeeld terugkeert naar die ontmoetingsplek, is daar niets te zien. Het lijkt gewoon een parkeerplaats. Er loopt niemand rond, er liggen zelfs geen tissues meer op de grond. Uit onderzoek blijkt 80% van je herinneringen niet te kloppen, en voor Dylan gaat dat zeker op. Ik hou van boeken waar niet alles wordt opgelost, dingen geheim blijven. Bij De verzachters komt dat door de ik-figuur. Dylan is een onzekere jongen die we volgen van zn vijftiende tot zn achttiende. Nooit ben je onzekerder dan in die periode van je leven. Dylan hoort nergens bij, hij moet opboksen tegen zijn dominante ouders en later tegen een dominante vriendin. Hij moet zijn eigen weg vinden. Bij alles wat Dylan vertelt, komt steeds de vraag terug: wat beleeft hij werkelijk en wat zuigt hij uit zijn duim? Hij is een typisch geval van een onbetrouwbare verteller.'

Dit is je zesde boek, toch is de kans groot dat mensen je niet kennen. Hoe komt dat?

'Ik timmer niet zo aan de weg, begeef me niet op feestjes en in literaire circuits. Niet dat ik mensenschuw ben. Ik lees bijvoorbeeld heel graag voor. Vraag me en ik kom bij je voorlezen. Urenlang.'

Peter Steenkamer

Dit interview verscheen in een uitgebreidere vorm in Gay & Night nummer 89, juni 2005.

 

terug